Rolstoel

De transitie: meer aandacht voor mensen?

De samenleving verandert. We willen meer participatie, meer oplossen in de wijk, meer betrok-kenheid van familie en buurtgenoten. Om mensen langer deel uit te laten maken van de samen-leving, maar ook om kosten te besparen. Want de awbz-financiering groeide uit haar jasje en was voor de lange termijn onhoudbaar. Een andere tijdgeest is ook een kans om onze benade-ringen en definities tegen het licht te houden; passen die nog bij wat we beogen?

Als bestuurder van een zorginstelling werd ik in 2015, het jaar van de transitie, met een vertienvou-diging van factuurregels en kwaliteitseisen geconfronteerd. Helaas is dit niet overdreven. Gemeen-ten formuleren ieder hun eigen eisen op gebied van registratie, facturatie en kwaliteit. De stapeling van net anders geformuleerde codes en eisen maakt dat we veel tijd bezig zijn met die rapportages en registraties. Daar gaat veel tijd, geld en aandacht in zitten. Meer zelfs dan in de jaren vooraf-gaande aan 2015, terwijl we eigenlijk de focus anders wilden leggen: namelijk bij mensen.

De partijen in het veld willen de omslag van controle en administratie naar aandacht voor de men-sen om wie het gaat, graag maken. Er wordt in de sector veel gesproken over de ‘wenselijke trans-formatie’, over ècht anders werken. De vraag is nu hoe we dat voor elkaar krijgen.

Als we het over kwaliteit van de zorg in het sociaal domein hebben, dan gaat het om de kwaliteit van het contact. Mensen zijn sociale wezens. Vanuit de oertijd hebben we ons, vooral dankzij onze sociale vaardigheden, ontwikkeld tot wie we nu zijn. We vormen coalities, we werken samen, we helpen zwakkeren. En als de condities goed zijn, dan ontwikkelt zich een gemeenschap.

Bij de zorg aan ouderen en mensen met een beperking is de transactie eigenlijk zo duidelijk en simpel. Er is een mens die een zorg- of ondersteuningsvraag heeft en er is een ander mens, de zorgverlener, die ondersteuning wil bieden. Als je die mensen bij elkaar in een ruimte zet, dan gaat dat vaak vanzelf. Zo zitten mensen in elkaar.

De kwaliteit van het contact is nog belangrijker als het gaat om mensen met dementie of een verstandelijke beperking. Zij zijn vaak minder goed in staat zelfstandig contact te leggen, minder in staat om duidelijk te maken wat ze bedoelen. Dat kan leiden tot eenzaamheid, onbegrip en soms ook frustraties. Voor een zorgverlener in deze sector is dat contact maken dan ook het allerbelang-rijkste.
Wanneer het om meer gespecialiseerde handelingen gaat hebben we iets meer nodig. Bijvoorbeeld bij het toedienen van medicijnen, het voorkomen van legionella, of omgaan met agressief gedrag. Daarvoor investeren we in opleiding en wisselen we ervaringen uit, zodat medewerkers weten waarom ze het medicijn toedienen, wat er gebeurt als dat niet zorgvuldig gebeurt, hoe ze reageren op een agressieve cliënt en hoe ze daarmee kunnen omgaan.

Hoe krijgen we het nu voor elkaar dat we niet van bovenaf sturen op wat er moet gebeuren, maar een organisatie creëren die mensen vanzelf het goede laat doen?

We hebben al wel ervaring met een aantal succesfactoren. Zo komen we dichter bij ons doel door efficiënter te werken en continu de focus te hebben op de cliënt . We proberen dat wat de medewer-ker afleidt van het zorgverlenen, bij hem weg te houden. Het helpt ook om bij registraties die we voor interne zaken gebruiken, ons af te vragen waarom we dat willen weten. Leidt die informatie tot betere zorg, of biedt het schijnzekerheid? Bijvoorbeeld als een medewerker een e-learning module “ontruiming” of “medicatie” heeft gevolgd, zegt dat nog niet dat de ontruiming of medicatie toedie-ning correct wordt uitgevoerd. Wat zeggen die registraties ons? Oefenen (simulaties) en het observe-ren van praktijksituaties en deze met medewerkers, cliënt en verwanten bespreken, geeft meer informatie en verbeterimpulsen.

Een belangrijke conditie is ook het bevorderen van een positieve leeromgeving: Hoe gaan mede-werkers en teams om met wat ze ervaren? Worden ervaringen gedeeld? En worden deze systema-tisch geëvalueerd? Wordt er geleerd? Wat is er nodig om het team zo ver te krijgen? In het verlengde daarvan is het werven van mensen die bij deze werkcultuur passen van belang. Mensen die graag in gesprek zijn met de cliënt en zijn familie, die goed kunnen luisteren, die willen leren en zelf verant-woordelijkheid nemen.

Het vinden van een succesformule is de komende jaren de zoektocht. Aan ons de uitdaging om de kwaliteit echt te laten kantelen en ons te richten op de mensen die de zorg nodig hebben!

Micky Adriaansens

Ik ben directievoorzitter van Twynstra Gudde. Ik heb een bedrijfskundige en juridische achtergrond en ruime ervaring in de zorg (bestuurder, toezichthouder) en de zakelijke dienstverlening (advocaat, organisatieadvies en curator). In tijden waarin de maatschappij snel verandert is een duidelijke koers van belang. Betekenis geven aan wat er om ons heen gebeurt en dat vertalen naar de organisatie. Weten wie je bent, nu en in de toekomst en doen waar je goed in bent.

Meer weten?

Mail mij op mad@tg.nl of bel op 033 - 467 74 02

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *